Strongs en grondtekst

Van een Nederlands woord naar de juiste woordvorm, betekenis en grammatica in de grondtekst.

De Strong-koppelingen worden niet door een zoekpatroon over de Nederlandse tekst gelegd. Ieder gekoppeld woord wordt aan een concrete plaats in een vastgezette grondtekstbron verbonden en daarna vers voor vers gecontroleerd.

Vier afzonderlijke lagen

1. Woordvorm

Het woord zoals het werkelijk in het vers staat, met verbuiging of vervoeging.

2. Traditioneel Strong-nummer

Het nummer dat in klassieke Strong-studie-uitgaven bij deze woordvorm wordt getoond.

3. Lemma

De woordenboekvorm waaronder de betekenis en andere vindplaatsen worden verzameld.

4. Grammatica

Onder meer naamval, getal, geslacht, tijd, wijs, persoon en werkwoordsvorm.

Deze lagen worden niet samengevoegd tot één nummer. Zo kan een zichtbare vormcode naar het juiste woordenboekartikel leiden, terwijl de precieze grammatica afzonderlijk bewaard blijft.

Bronnen voor het Nieuwe Testament

Voor het Nieuwe Testament volgt de koppeling de Textus Receptus volgens Scrivener 1894, omdat deze tekstfamilie aansluit bij de Statenvertaling waarop de Open Vertaling voortbouwt. Twee openbare datasets worden naast elkaar gebruikt:

Van iedere gebruikte bron worden de vaste commit, bestandsversie en SHA-256-hash opgeslagen. Daardoor kan later exact worden vastgesteld welke bron bij een koppeling is gebruikt.

Voorbeeld: Johannes 1:1

“In het begin was het Woord”
NederlandsGrieksZichtbaarLemmaGrammatica
InἘνG1722G1722voorzetsel
beginἀρχῇG746G746zelfstandig naamwoord, datief enkelvoud
wasἦνG2258G1510imperfectum, indicatief, derde persoon enkelvoud
WoordλόγοςG3056G3056zelfstandig naamwoord, nominatief enkelvoud

Hierdoor is G2258 niet in strijd met G1510: het eerste is de traditionele aanduiding voor de concrete vorm ἦν, het tweede het lemma εἰμί, “zijn”. Een grammaticale code is geen woordenboeknummer en wordt daarom niet als gewone Strong-link tussen de Nederlandse woorden geplaatst.

Controle per vers

  1. De woorden van de gekozen grondtekst worden in de juiste volgorde ingelezen.
  2. Tekstvarianten en afwijkende versindelingen worden eerst zichtbaar gemaakt.
  3. De Nederlandse woordgroep wordt handmatig aan één of meer grondtekstwoorden gekoppeld.
  4. Een geautomatiseerde test controleert bronhash, volgorde, ankertekst en klikgedrag.
  5. Alleen gecontroleerde koppelingen worden gepubliceerd; twijfelgevallen blijven ongemapt met een reviewnotitie.

Tekstvarianten en versindeling

Bij een verschil tussen de lokale versindeling en de grondtekst wordt niet geschoven op basis van een vermoeden. De overeenkomst wordt expliciet vastgelegd. Wanneer een vers over twee lokale verzen is verdeeld, krijgen beide delen hun eigen bronbereik. Een grondtekstverschil blijft als zodanig zichtbaar en wordt niet stilzwijgend gelijkgemaakt.