# Afgoden

Afgoden, demonen, machten en hemelse boden die Gods Woord bij name of met een eigen aanduiding noemt, van Baäl en Dagon tot de cherubs en de draak van Openbaring. Canonieke, apocriefe en Ethiopische vindplaatsen zijn afzonderlijk vastgelegd; waar de vertaling een naam met een gewoon Nederlands woord weergeeft, zoals bos voor Asjera, staat dat bij het item vermeld. Deze pagina gaat per figuur: wie het is, waar hij voorkomt en wat er buiten Gods Woord over bekend is. Wie de teksten over afgoderij, demonen of engelen als thema wil lezen, vindt die bij de onderwerpen.

Bron: https://opengodsword.com/naslag/afgoden/

- [Abaddon en Apollyon](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/abaddon-en-apollyon.html): De engel van de afgrond in Openbaring, die met een Hebreeuwse en een Griekse naam wordt aangeduid. Abaddon betekent verderf en komt in het Oude Testament voor als aanduiding van het dodenrijk; Apollyon betekent verderver. Sommigen horen in de Griekse vorm een toespeling op de god Apollo, maar dat is niet meer dan een vermoeden.
- [Adramelech](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/adramelech.html): Een god van Sefarvaïm, aan wie volgens Koningen kinderen werden verbrand. De naam laat zich lezen als de vorst is koning of als een verbinding met de weergod Adad; zekerheid is er niet. Een zoon van Sanherib draagt in Koningen en Jesaja dezelfde naam; die verzen zijn hier niet meegeteld.
- [Anamelech](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/anamelech.html): Een god van Sefarvaïm, in hetzelfde vers als Adramelech genoemd en met dezelfde offerpraktijk verbonden. De naam wordt vaak in verband gebracht met de Mesopotamische hemelgod Anu, met als tweede lid het woord voor koning. Ook hier is de identificatie niet vast te stellen.
- [Asima](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/asima.html): De godheid van de mensen van Hamath, genoemd in de opsomming van Koningen. Buiten Gods Woord wordt de naam meestal verbonden met de Aramese godin Asjima, die uit latere papyri uit Elefantine bekend is; dat verband is aannemelijk maar niet zeker.
- [Asjera](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/asjera.html): De Kanaänitische moedergodin, in Ugaritische teksten Athirat en daar de gemalin van de hoogste god El; haar cultussymbool was een houten paal of stam bij het altaar. De Open Vertaling volgt de Statenvertaling en geeft zowel de godin als haar paal weer met bos en bossen, zodat de naam Asjera in de Nederlandse tekst zelf niet voorkomt. Waar de tekst de godin bedoelt en waar alleen het cultusvoorwerp, is niet overal uit te maken. Plaatsen waar bos een woud of een tros betekent zijn uitgesloten.
- [Asmodeüs](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/asmodeus.html): De boze geest die in het boek Tobit de zeven mannen van Sara doodt en die door de reuk van hart en lever wordt verdreven. De naam wordt doorgaans in verband gebracht met Aesjma daeva, de demon van de toorn uit de Zoroastrische traditie, wat op invloed van Perzische voorstellingen zou wijzen; die afleiding is aannemelijk maar niet bewezen. In latere Joodse verhalen groeit hij uit tot koning van de demonen.
- [Astharoth](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/astharoth.html): De godin die in enkelvoud Astoreth heet en in meervoudsvorm Astharoth; buiten Gods Woord is zij bekend als de West-Semitische Astarte, verwant aan de Mesopotamische Isjtar en verbonden met liefde, vruchtbaarheid en oorlog. De klinkers van Astoreth worden algemeen verklaard als een opzettelijke verminking met de klanken van het woord voor schande, al blijft dat een reconstructie. De gelijknamige stad Astharoth in Bazan is hier niet meegeteld.
- [Azazel](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/azazel.html): Bij de grote verzoendag valt in Leviticus het lot op een bok voor Azazel; deze vertaling geeft dat weer met de weggaande bok. Of het woord een plaats, een handeling of de naam van een woestijndemon aanduidt, is een klassiek twistpunt onder uitleggers. Het boek Henoch kiest ondubbelzinnig het laatste: daar is Azazel een leider van de gevallen engelen die de mensen wapens en opsmuk leerde en die gebonden in de woestijn wordt geworpen.
- [Bacchus](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/bacchus.html): De Griekse en Romeinse wijngod, ook Dionysus genoemd, wiens feest de Joden onder Antiochus IV gedwongen moesten meevieren en wiens klimopblad als merkteken diende. Zijn cultus kende optochten met klimop en wijn en gold in de Grieks-Romeinse wereld als bij uitstek uitbundig. In de Makkabeeënboeken staat hij voor de opgelegde vreemde eredienst.
- [Baäl](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/baal.html): Baäl is de voornaamste Kanaänitische storm- en vruchtbaarheidsgod; zijn naam betekent oorspronkelijk heer of eigenaar en kon aan meer dan één plaatselijke godheid worden gehecht. Uit de Ugaritische kleitabletten is hij bekend onder de eigennaam Hadad, de god die de regen brengt en die met de zee en met de dood strijdt. In het Oude Testament staat zijn dienst voor de hardnekkigste rivaliteit met JAHWEH, van Gideon en Elia tot de koningen van Israël en Juda. Talrijke plaats- en persoonsnamen zijn met dezelfde stam gevormd; die zijn hier niet meegeteld.
- [Baäl-Berith](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/baal-berith.html): De god van het verbond, vereerd te Sichem in de dagen van Gideon en Abimelech; op één plaats heet hij kortweg Berith. De naam wijst op een godheid die verdragen bewaakt, wat past bij Sichem als plaats waar in Gods Woord meermaals verbonden worden gesloten. Over de verhouding tussen deze tempel en de oudere heiligdomtraditie van Sichem lopen de meningen uiteen.
- [Baäl-Peor](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/baal-peor.html): De Baäl die op de berg Peor in Moab werd vereerd en met wiens dienst Israël zich volgens Numeri inliet. Of Peor de plaats aanduidt of de godheid zelf, is niet zeker: de uitdrukking kan zowel de heer van Peor als een afzonderlijke god betekenen. Latere Joodse en christelijke uitleg verbond deze cultus met seksuele riten, maar de tekst van Gods Woorden zeggen daar weinig over.
- [Baäl-Zebub](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/baal-zebub.html): De god van de Filistijnse stad Ekron, bij wie koning Ahazia een orakel liet vragen over zijn ziekte. De naam wordt doorgaans gelezen als heer van de vliegen, wat vermoedelijk een spottende verdraaiing is van een oorspronkelijke titel; heer van het verhevene of heer van de woning zijn de meest genoemde voorstellen. In het Nieuwe Testament keert de naam in Griekse vorm terug als Beëlzebul.
- [Bel](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/bel.html): De Babylonische titel voor heer, in de praktijk de aanduiding van de stadsgod Marduk. Jeremia stelt hem naast Merodach, en het apocriefe verhaal van Bel en de draak vertelt hoe Daniël aantoont dat het beeld zijn offerspijzen niet zelf opeet. In Mesopotamische teksten wordt Bel ook voor de oudere god Enlil gebruikt, zodat de titel meer dan één godheid kan dekken.
- [Belial](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/belial.html): Een Hebreeuws woord dat waardeloosheid of verderf aanduidt; zonen van Belial betekent in het Oude Testament zoveel als nietsnutten. In de tweede brief aan Korinthe en in Jubileeën is Belial daarentegen een eigennaam voor de tegenstander van God, zoals ook in de rollen van de Dode Zee. Die overgang van scheldwoord naar eigennaam verliep geleidelijk, en de precieze afleiding van het woord blijft omstreden.
- [Beëlzebul](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/beelzebul.html): De naam waarmee tegenstanders van Jezus de aanvoerder van de demonen aanduiden. De vorm gaat terug op de Filistijnse Baäl-Zebub van Ekron; of de uitgang zebul heer van de woning betekent of een spot met mest inhoudt, is niet uitgemaakt. In de handschriften wisselt de spelling; deze vertaling houdt Beëlzebul aan, terwijl de vorm Beëlzebub uit de Latijnse overlevering algemener bekend is.
- [Boze geest](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/boze-geest.html): Een geest die kwaad brengt of iemand kwelt, van de geest die Saul beangstigt tot de geesten die in de evangeliën worden uitgedreven. In Samuël gaat de tekst opvallend ver door zo een geest van God of van JAHWEH te laten uitgaan; uitleggers beoordelen dat zeer verschillend. In Tobit en in de Ethiopische boeken is de boze geest een zelfstandige gestalte met een eigen naam.
- [Cherubs](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/cherubs.html): De gevleugelde wezens die de weg naar de levensboom bewaken, die als beelden boven het verzoendeksel van de ark staan en die in het visioen van Ezechiël de wagen van Gods heerlijkheid dragen. In de kunst van het oude Nabije Oosten zijn samengestelde wezens met leeuwen-, stieren-, mensen- en vogelkenmerken bekend als troonwachters; die parallel wordt vrij algemeen aanvaard. Met de mollige kinderengeltjes van de latere schilderkunst hebben zij niets te maken. Een gelijknamige plaats in Ezra en Nehemia is niet meegeteld.
- [Dagon](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/dagon.html): De god van de Filistijnen, met tempels te Asdod en Gaza, in wiens huis het beeld voor de ark van Israël neervalt. Lang werd zijn naam met het Hebreeuwse woord voor vis verbonden, maar de meeste onderzoekers denken tegenwoordig eerder aan het woord voor graan, zodat hij een korengod zou zijn; zeker is dat niet. Hij is ouder dan de Filistijnen zelf en komt in Mesopotamische en Syrische teksten voor als Dagan. Plaatsnamen als Beth-Dagon zijn hier niet meegeteld.
- [De aartsengel](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/aartsengel.html): De hoogste rang onder de engelen; het Nieuwe Testament noemt de stem van de aartsengel bij de wederkomst en wijst Michaël bij name als aartsengel aan. In 4 Ezra draagt Jeremiël die titel, en de Ethiopische boeken spreken over aartsengelen als groep. Het aantal en de namen van de aartsengelen verschillen per geschrift; een vaste leer is het nooit geworden.
- [De draak](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/draak.html): De grote rode draak van Openbaring, die met zijn staart een derde van de sterren meesleept, door Michaël uit de hemel wordt geworpen en die de tekst zelf de oude slang, de duivel en satan noemt. Het beeld put uit oude voorstellingen van een chaosmonster dat door de godheid wordt overwonnen, zoals ook in de Psalmen en bij Jesaja doorklinkt. Draak en draken als gewoon dierlemma elders in Gods Woord zijn hier niet meegeteld.
- [De duivel](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/duivel.html): De verzoeker en tegenstander, in het Grieks diabolos: de aanklager of lasteraar. In deze vertaling dekt het woord twee zaken: de duivel als persoonlijke tegenstander van Christus en van de gemeente, en in de evangeliën ook de afzonderlijke boze geest die iemand bezet houdt; welk van beide bedoeld is, moet uit de zin blijken. In de Ethiopische boeken heet hij de vader van wie kwaad doen en de misleider van Adam en Eva. Een plaats waar duivels als bijvoeglijk naamwoord staat, is niet meegeteld.
- [De Engel van JAHWEH](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/engel-van-jahweh.html): De bode die in het Oude Testament namens JAHWEH verschijnt en spreekt: aan Hagar, aan Mozes bij de braamstruik, aan Bileam, aan Gideon en aan de ouders van Simson. Opvallend is dat hij nu eens als gezondene en dan weer als JAHWEH zelf spreekt; of het om een afzonderlijke gestalte, om een verschijningsvorm van God of om een manier van vertellen gaat, is een oude en nog altijd onbesliste vraag. De christelijke traditie heeft hem vaak met de Zoon vereenzelvigd, wat een uitleg is en geen gegeven van de tekst.
- [De morgenster](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/morgenster.html): In het spotlied over de koning van Babel wordt een uit de hemel gevallen morgenster aangesproken, zoon van de dageraad. De Latijnse vertaling gaf dat weer met Lucifer, lichtdrager, waardoor die naam in de westerse traditie een aanduiding van de duivel werd; de tekst zelf spreekt over een koning. Achter het beeld gaat waarschijnlijk een oude vertelling schuil over een hemellichaam dat naar de hoogste troon greep. Dezelfde Nederlandse woorden slaan elders juist op Christus en zijn hier niet meegeteld.
- [De overste van de demonen](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/overste-van-de-demonen.html): De titel waarmee tegenstanders van Jezus verklaren dat Hij demonen uitdrijft door hun eigen aanvoerder. In drie van de vier plaatsen wordt die aanvoerder Beëlzebul genoemd. De uitdrukking veronderstelt een geordende rangschikking van boze geesten, een voorstelling die in de Joodse geschriften van die tijd breder voorkomt.
- [De overste van de macht van de lucht](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/overste-van-de-macht-van-de-lucht.html): De aanduiding in Efeze voor de macht naar wie de lezers vroeger wandelden, verbonden met de geest die werkt in de kinderen van de ongehoorzaamheid. De uitdrukking veronderstelt de antieke voorstelling van de lucht als het gebied onder de hemel waar zulke machten hun invloed uitoefenen. In de uitleg wordt zij doorgaans op de duivel betrokken.
- [De overste van deze wereld](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/overste-van-deze-wereld.html): De aanduiding waarmee Jezus in het Johannesevangelie de macht benoemt die over deze wereld heerst en die bij Zijn dood geoordeeld en buitengeworpen wordt. Paulus gebruikt een verwante uitdrukking wanneer hij spreekt over de god van deze eeuw die de zinnen van ongelovigen verblindt. Beide uitdrukkingen worden vrijwel algemeen op de duivel betrokken, al noemt geen van beide teksten hem bij name.
- [De valse profeet](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/valse-profeet.html): De gestalte die in Openbaring naast de draak en het beest optreedt, tekenen doet en de bewoners van de aarde verleidt; in Handelingen heet ook een tovenaar op Cyprus zo. In Openbaring is de valse profeet vermoedelijk dezelfde als het tweede beest uit de aarde, al zegt de tekst dat niet met zoveel woorden.
- [De vier dieren](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/vier-dieren.html): De vier levende wezens rondom de troon in Openbaring, vol ogen en zonder ophouden lofzeggend, en de vier wezens uit het visioen van Ezechiël waaraan Johannes ontleent. In de kerkelijke traditie zijn zij met de vier evangelisten verbonden; dat is een latere uitleg en geen gegeven van de tekst. Een plaats in 4 Ezra waar vier dieren wereldrijken voorstellen is hier niet meegeteld.
- [De wachters](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/wachters.html): In Daniël daalt een wachter, een heilige, uit de hemel neer om het lot van de koning aan te zeggen, en het besluit heet het besluit van de wachters. In de Henochtraditie zijn de Wachters een engelenklasse die de aarde bewaakt en waarvan een deel valt door zich met de dochters van de mensen te verbinden; die voorstelling heeft de latere engelenleer sterk gekleurd. Gewone wachters op muren, velden en gevangenissen elders in Gods Woord zijn hier niet meegeteld.
- [Demonen](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/demonen.html): De boze geesten die in de evangeliën uit mensen worden gedreven en aan wie volgens de wet en de profeten geofferd werd. Het Griekse daimonion duidde in de omringende cultuur eerst een lagere goddelijke macht aan, zonder vaste negatieve klank; in de boeken van Gods Woord is die klank er wel. Deze vertaling gebruikt demonen op de plaatsen waar oudere Nederlandse vertalingen duivelen hebben.
- [Diana](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/diana.html): De godin van Efeze, in wier tempel en zilveren tempeltjes het oproer tegen Paulus zijn aanleiding vindt; de Latijnse naam Diana staat hier voor de Griekse Artemis. De Efezische Artemis is geen jachtgodin zoals haar Griekse naamgenoot, maar een moeder- en vruchtbaarheidsgestalte met een eigen beeldtype; haar tempel gold in de oudheid als een van de wereldwonderen. In een Ethiopisch Meqabyan-vers komt de Griekse naam Artemis afzonderlijk voor.
- [Gabriël](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/gabriel.html): De engel die Daniël zijn visioenen uitlegt en die in Lukas de geboorte van Johannes en van Jezus aankondigt; zijn naam betekent zoiets als God is mijn sterkte. Hij stelt zichzelf voor als een die voor God staat, wat op een plaats vlak bij de troon wijst. In Henoch behoort hij tot de vier voornaamste engelen. Een gelijkluidende persoonsnaam in Tobit is niet meegeteld.
- [Geestelijke boosheden in de lucht](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/geestelijke-boosheden.html): De laatste schakel in de opsomming van Efeze: de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten. De traditionele vertaling met in de lucht berust op de gedachte dat de ruimte tussen aarde en hemel de woonplaats van zulke machten zou zijn, een voorstelling die in de hellenistische wereld gangbaar was. Hoe letterlijk die plaatsbepaling bedoeld is, wordt verschillend uitgelegd.
- [Geweldhebbers van de duisternis](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/geweldhebbers-van-de-duisternis.html): De aanduiding in Efeze voor de machten die over de duisternis van deze eeuw heersen; het Griekse kosmokratores wordt elders vaak weergegeven met wereldbeheersers. Het woord komt in het Nieuwe Testament maar één keer voor en is buiten Gods Woord bekend uit astrologische en magische teksten, waar het planeetgoden aanduidt. Wat Paulus er precies mee voor ogen had, is daarom niet met zekerheid vast te stellen.
- [Heerschappijen](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/heerschappijen.html): Een rang in dezelfde reeks als tronen, overheden en machten; het Griekse kuriotes duidt heerschap of heerlijkheid aan. Paulus stelt Christus boven alle heerschappij en kondigt aan dat elke heerschappij eens teniet zal worden gedaan. Buiten deze verzen betekent het Nederlandse woord doorgaans een gebied of een bestuursgebied en is het niet meegeteld.
- [Het beest](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/beest.html): Het beest uit de zee en het beest uit de aarde in Openbaring, met hun macht, hun merkteken en hun getal. Vrijwel alle uitleggers zien hierin een verwijzing naar het Romeinse rijk en zijn keizercultus; of daarnaast een nog komende gestalte bedoeld is, wordt zeer verschillend beoordeeld. De gewone dierbetekenis van beest en beesten elders in Gods Woord is hier niet meegeteld.
- [Het gouden kalf](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/gouden-kalf.html): Het gegoten stierbeeld dat Aäron bij de Horeb maakte en dat Mozes verbrandde en vermaalde, en de twee gouden kalveren die Jerobeam later te Bethel en Dan liet oprichten. In de godsdiensten van het oude Nabije Oosten is de stier een gebruikelijk krachtbeeld en voetstuk van een god; of het beeld als afbeelding van JAHWEH zelf of van een andere godheid bedoeld was, is onder uitleggers omstreden. De boeken van Gods Woord beoordelen beide gevallen als afgoderij.
- [Jupiter](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/jupiter.html): De hoogste god van het Romeinse pantheon, gelijkgesteld met de Griekse Zeus; te Lystre werd Barnabas voor hem aangezien. In 2 Makkabeeën wordt de ontwijde tempel te Jeruzalem naar hem genoemd, wat de gedwongen hellenisering onder Antiochus IV markeert. Een maandnaam in een brief in datzelfde boek draagt de naam alleen als datering en is hier niet meegeteld.
- [Kamos](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/kamos.html): De nationale god van Moab, elders vertaald als Kemos of Kamosj. Buiten Gods Woord is hij bekend van de Moabitische steen, waarop koning Mesa zijn overwinningen aan deze god toeschrijft in bewoordingen die opvallend lijken op het spreken in Gods Woord over JAHWEH. Zijn karakter is niet scherp te bepalen; een verband met oorlog en met de heerschappij over het land ligt voor de hand.
- [Kastor en Pollux](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/kastor-en-pollux.html): De tweelinggoden die als boegbeeld dienden van het Alexandrijnse schip waarmee Paulus van Malta vertrok. In de Griekse overlevering heten zij de Dioskuren, zonen van Zeus, en golden zij als beschermers van zeelieden; hun sterrenbeeld is de Tweelingen. Het vers noemt hen als scheepsteken en niet als voorwerp van verering.
- [Kijun](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/kijun.html): In het strafwoord van Amos over de woestijnjaren wordt naast een draagbare tent een gestalte Kijun genoemd, samen met de ster van de god van het volk. In het Akkadisch heet de planeet Saturnus Kaiwanu, en veel uitleggers zien hier dan ook sterrendienst. Andere vertalingen lezen naast Kijun ook Sikkut als godennaam; de Open Vertaling geeft dat woord als tent en de titel als Melech, zodat de naam Sikkut in de Nederlandse tekst niet voorkomt. De grondtekst van dit vers is bijzonder onzeker.
- [Krachten](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/krachten.html): De derde rang in de Pauliniaanse opsommingen, het Griekse dunamis, waar het woord niet een wonder maar een machthebbende grootheid aanduidt. Petrus schikt engelen, machten en krachten samen onder de verhoogde Christus. Het Nederlandse woord krachten betekent in verreweg de meeste plaatsen in Gods Woord wonderen of lichaamskracht; alleen de plaatsen waar het om een machtsorde gaat zijn opgenomen.
- [Legioen](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/legioen.html): De naam die de bezetene in het land aan de overzijde van het meer aan zichzelf geeft, omdat er velen in hem waren. Een Romeins legioen telde in die tijd enkele duizenden soldaten, zodat de naam zowel de menigte als de bezetting door vreemde macht oproept. Of de evangelisten daarmee ook een politieke bijklank bedoelden, wordt verschillend beoordeeld.
- [Machten](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/machten.html): De rang die het Nieuwe Testament vrijwel altijd naast de overheden noemt; het Griekse exousia betekent bevoegdheid of volmacht. Christus wordt boven deze machten geplaatst en heeft ze volgens Kolossenzen openlijk tentoongesteld. Of Paulus daarbij aan engelmachten, aan aardse structuren of aan beide tegelijk dacht, is een oude en nog altijd levende discussie.
- [Mastema](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/mastema.html): De aanvoerder van de boze geesten in het boek Jubileeën, die verzoekt, beschuldigt en de mensen op de proef stelt. De naam hangt samen met een Hebreeuws woord voor vijandschap. In Jubileeën neemt hij handelingen over die in Genesis en Exodus aan God zelf worden toegeschreven, wat laat zien hoe men in die tijd over de herkomst van het kwaad nadacht.
- [Melecheth van de hemel](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/melecheth-van-de-hemel.html): De hemelse gestalte aan wie vrouwen in Jeruzalem en later in Egypte offerkoeken bakten en drankoffers brachten. De vertaling laat het Hebreeuwse woord onvertaald: gelezen als melecheth betekent het koningin, gelezen als meleketh het werk of het leger van de hemel. De meeste onderzoekers denken aan een Astarte- of Isjtarachtige hemelgodin, maar de tekst noemt geen eigennaam.
- [Mercurius](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/mercurius.html): De Romeinse god van handel en welsprekendheid, gelijkgesteld met de Griekse Hermes; te Lystre werd Paulus met hem vereenzelvigd omdat hij het woord voerde. De naam Hermes komt in de brief aan de Romeinen ook voor als naam van een mens en is daar niet als godheid bedoeld.
- [Merodach](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/merodach.html): De Hebreeuwse vorm van Marduk, de hoofdgod van Babel en in het Babylonische scheppingsepos de overwinnaar van de oerzee en koning van de goden. Jeremia noemt hem naast Bel, wat feitelijk twee aanduidingen voor dezelfde gestalte zijn. De koningsnaam Merodach-Baladan bij Jesaja slaat op een mens en is hier niet meegeteld.
- [Michaël](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/michael.html): De engelvorst die volgens Daniël voor het volk opkomt, die in Judas met de duivel twist over het lichaam van Mozes en die in Openbaring de strijd tegen de draak voert. Zijn naam is als een vraag gevormd: wie is als God. In Henoch en de Meqabyanboeken geldt hij als aanvoerder van de heilige engelen en als de engel van de bazuin bij de opstanding. De vele gelijknamige mannen in de geslachtslijsten zijn hier niet meegeteld.
- [Milkom](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/milkom.html): De nationale god van de Ammonieten, in deze vertaling Milchom en bij Jeremia en Zefanja Malcham. De naam hangt samen met het woord voor koning en staat daarmee dicht bij Molech, maar of het om dezelfde godheid gaat is onzeker. Salomo richtte volgens Koningen een hoogte voor hem op, die Josia later liet verwoesten. Een gelijknamige man in de geslachtslijsten van Kronieken is hier niet meegeteld.
- [Molech](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/molech.html): De godheid aan wie volgens Leviticus en Koningen kinderen door het vuur werden gegeven, verbonden met het dal Hinnom bij Jeruzalem. Over de naam wordt gestreden: velen zien er de medeklinkers van het woord voor koning in, voorzien van de klinkers van het woord voor schande, terwijl anderen molk lezen als de aanduiding van een offersoort die uit Punische inscripties bekend is; in dat laatste geval zou er geen godennaam staan. Ook of het om werkelijke kinderoffers ging dan wel om een wijdingsritus wordt verschillend beoordeeld. Het Nieuwe Testament citeert de naam in de Griekse vorm Moloch.
- [Nanea](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/nanea.html): De godin in wier tempel in Perzië koning Antiochus volgens 2 Makkabeeën door een list om het leven kwam. Nanaja is een oude Mesopotamische godin die in de hellenistische tijd in Elam en Perzië nog altijd verering genoot en soms met Artemis werd gelijkgesteld. Het verhaal over de dood van deze koning wordt in de bronnen zeer verschillend verteld.
- [Nebo](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/nebo.html): De Babylonische god Nabu, zoon van Marduk, beschermer van het schrift, de wijsheid en het lot; zijn naam zit in koningsnamen als Nebukadnezar en Nebuzaradan. Jesaja laat hem samen met Bel op lastdieren wegvoeren, als beeld van goden die zichzelf niet kunnen dragen. De berg Nebo, de gelijknamige stad en de familienaam in Ezra en Nehemia zijn hier niet meegeteld.
- [Nehustan](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/nehustan.html): De naam die Hizkia gaf aan de koperen slang van Mozes toen hij die liet verbrijzelen, omdat men er reukwerk voor was gaan branden. De naam speelt met de Hebreeuwse woorden voor koper en voor slang. Bronzen slangenbeelden zijn uit Kanaänitische heiligdommen archeologisch bekend, maar of dit voorwerp met die traditie samenhangt, valt niet vast te stellen.
- [Nergal](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/nergal.html): De god van de mensen van Chut, die na de wegvoering in Samaria werden gevestigd. In Mesopotamië is Nergal de god van de onderwereld, van pest en van plotselinge dood, met zijn hoofdheiligdom in Kuta, wat goed aansluit bij de herkomst die het boek van Gods Woord noemt. De Babylonische ambtsdrager Nergal-Sarezer bij Jeremia draagt de naam alleen als bestanddeel en is hier niet meegeteld.
- [Nibhaz](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/nibhaz.html): Een god van de Avieten, alleen genoemd in de opsomming van de goden die de nieuwe bewoners van Samaria meebrachten. Buiten Gods Woord is geen godheid met deze naam met zekerheid aangewezen; sommigen vermoeden een verschrijving, anderen denken aan een Elamitische of Arabische gestalte. Het blijft bij gissingen.
- [Nisroch](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/nisroch.html): De god in wiens tempel Sanherib door zijn eigen zonen werd gedood. Onder de bekende Assyrische goden komt deze naam niet voor; men vermoedt een verschrijving voor Nusku of voor Assur, maar geen voorstel is doorslaggevend.
- [Onreine geest](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/onreine-geest.html): De gebruikelijke aanduiding in de evangeliën voor de geest die iemand bezet houdt en die met een woord wordt uitgedreven. Onrein betekent hier ongeschikt voor de omgang met het heilige en niet vuil; de term hoort thuis in het denken over rein en onrein uit de wet. Openbaring gebruikt hem ook voor de geesten die uit de mond van de draak en het beest gaan.
- [Overheden](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/overheden.html): Een van de rangen waarmee het Nieuwe Testament de onzichtbare machten aanduidt; het Griekse archai betekent oorspronkelijk begin en vandaar eerste gezag. Paulus noemt ze in één adem met de machten, nu eens als door Christus geschapen, dan weer als overwonnen tegenstanders. Hetzelfde Nederlandse woord duidt elders gewone menselijke bestuurders aan; alleen de plaatsen die over de onzichtbare wereld gaan zijn opgenomen.
- [Rafaël](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/rafael.html): De engel die in Tobit als reisgezel meetrekt, de demon verdrijft en de blindheid geneest, en die zich pas aan het slot bekendmaakt als een van de zeven die de gebeden van de heiligen voor God brengen. Zijn naam betekent God geneest, wat bij die rol past. In Henoch is hij een van de aartsengelen en de engel die Azazel moet binden.
- [Remfan](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/remfan.html): De naam die Stefanus in zijn rede geeft aan het gesternte van de afgodendienst in de woestijn, ontleend aan de Griekse vertaling van Amos. De vorm wisselt sterk in de handschriften en gaat vermoedelijk terug op dezelfde ster- of Saturnusdienst die achter Kijun schuilgaat; hoe de Griekse vorm precies uit het Hebreeuws is ontstaan, is niet opgehelderd.
- [Rimmon](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/rimmon.html): De god in wiens tempel de Syrische legeroverste Naäman zijn koning moest ondersteunen. De naam wordt meestal verbonden met de Aramese stormgod Ramman, een gestalte van Hadad, waarbij de vorm Rimmon mogelijk is aangepast aan het Hebreeuwse woord voor granaatappel. Gelijkluidende plaats- en persoonsnamen komen in Gods Woord veel vaker voor; alleen de vermelding van de tempel is hier opgenomen.
- [Satan](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/satan.html): De tegenstander; het Hebreeuwse satan betekent aanklager of belager. In Job en Zacharia treedt hij op als aanklager binnen de hemelse raad, in Kronieken en het Nieuwe Testament als een op zichzelf staande boze macht; wanneer en hoe die verschuiving zich voltrok, is een van de meest besproken vragen in het onderzoek. Openbaring vereenzelvigt hem uitdrukkelijk met de draak en de oude slang. Een plaats waar het woord een menselijke tegenstander aanduidt is uitgesloten.
- [Semjaza](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/semjaza.html): De aanvoerder van de gevallen Wachters in het boek Henoch, die zijn metgezellen met een eed aan hun voornemen bindt. De naam wordt gewoonlijk gelezen als een verbinding met het Hebreeuwse woord voor naam en het werkwoord voor zien. De spelling wisselt sterk in de handschriften en de vertalingen.
- [Serafs](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/serafs.html): De wezens die in het roepingsvisioen van Jesaja boven de troon staan, elk met zes vleugels, en die de driewerf heilige lofzang roepen. Het woord hangt samen met het Hebreeuwse werkwoord voor branden en wordt elders in Gods Woord voor brandende of gevleugelde slangen gebruikt, wat de vraag naar hun gedaante openhoudt. In Henoch en enkele Ethiopische boeken worden zij samen met de cherubim en de ofannim als hemelse orde genoemd.
- [Sukkoth Benoth](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/sukkoth-benoth.html): De godheid of het cultusvoorwerp dat de kolonisten uit Babel volgens Koningen in Samaria maakten. De naam is niet met zekerheid te verklaren; de voorstellen lopen uiteen van hutten van dochters, waarbij aan tempelprostitutie wordt gedacht, tot een verbastering van Sarpanitu, de gemalin van Marduk. Geen van die verklaringen is bewezen.
- [Tartak](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/tartak.html): Een god van de Avieten, in hetzelfde vers als Nibhaz genoemd. Ook hier ontbreekt buiten Gods Woord een overtuigende parallel; latere Joodse uitleg verbond de naam met een ezelgestalte, maar dat is uitleg en geen bewijs.
- [Thammuz](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/thammuz.html): De godheid om wie vrouwen bij de noordpoort van de tempel weenden in het visioen van Ezechiël. Buiten Gods Woord is Tammuz de Mesopotamische Dumuzi, de herdersgod die volgens de mythe jaarlijks naar de onderwereld afdaalt en om wie in de zomer rouwklachten werden gehouden; nog altijd draagt een maand in de Joodse en de Arabische kalender zijn naam. Of het door Ezechiël beschreven ritueel precies met die Mesopotamische rouwklacht samenvalt, laat dat ene vers niet vaststellen.
- [Tronen](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/tronen.html): Een rang van onzichtbare grootheden die alleen in de lofzang van Kolossenzen wordt genoemd, samen met heerschappijen, overheden en machten. De latere christelijke engelenleer, met name die van Pseudo-Dionysius, maakte hiervan een afzonderlijk engelenkoor; die uitwerking is niet in de tekst zelf gegeven. Elders in Gods Woord betekent tronen gewoon koningszetels.
- [Uriël](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/uriel.html): De engel die in 4 Ezra de vragen van Ezra beantwoordt en die in Henoch de loop van zon, maan en sterren uitlegt; zijn naam betekent God is mijn licht. Hij komt in de canonieke boeken niet bij name voor, wat in de kerkgeschiedenis meermaals tot terughoudendheid tegenover zijn verering heeft geleid. Gelijknamige mannen in Kronieken zijn hier niet meegeteld.
- [Waarzeggende geest](https://opengodsword.com/naslag/afgoden/waarzeggende-geest.html): De geest waardoor iemand verborgen of toekomstige dingen zou kunnen zeggen: de vrouw te Endor bij wie Saul zijn toevlucht zoekt, en de slavin te Filippi die haar eigenaars winst opbrengt. In de Griekse tekst van Handelingen staat een verwijzing naar Python, de slang van het orakel te Delfi, wat de aanduiding aan de beroemdste orakelplaats van de oudheid koppelt. De wet verbiedt deze praktijk op straffe van de dood.
