De duivel
De verzoeker en tegenstander, in het Grieks diabolos: de aanklager of lasteraar. In deze vertaling dekt het woord twee zaken: de duivel als persoonlijke tegenstander van Christus en van de gemeente, en in de evangeliën ook de afzonderlijke boze geest die iemand bezet houdt; welk van beide bedoeld is, moet uit de zin blijken. In de Ethiopische boeken heet hij de vader van wie kwaad doen en de misleider van Adam en Eva. Een plaats waar duivels als bijvoeglijk naamwoord staat, is niet meegeteld.
Deze toelichting is nog niet door mensen nagekeken. Controleer de gekoppelde tekst en de bronverantwoording.
Vindplaatsen in Gods Woord
78 gekoppelde verzen.
- markus 1:32
- markus 7:26
- markus 7:29
- markus 7:30
- johannes 6:70
- johannes 7:20
- johannes 8:44
- johannes 8:48
- johannes 8:49
- johannes 8:52
- johannes 10:20
- johannes 10:21
- johannes 13:2
- handelingen 10:38
- handelingen 13:10
- handelingen 19:13
- jesaja 34:14
- 1johannes 3:8
- 1johannes 3:10
- jakobus 4:7
- openbaring 2:10
- openbaring 12:9
- openbaring 12:12
- openbaring 20:2
- openbaring 20:10
- efeziers 4:27
- efeziers 6:11
- tobit 6:9
- tobit 6:16
- tobit 6:18
- tobit 6:20
- tobit 8:3
- boekderwijsheid 2:24
- mattheus 4:1
- mattheus 4:5
- mattheus 4:8
- mattheus 4:11
- mattheus 4:24
- mattheus 8:16
- mattheus 8:28
- mattheus 9:32
- mattheus 9:33
- mattheus 11:18
- mattheus 12:22
- mattheus 13:39
- mattheus 15:22
- mattheus 17:18
- mattheus 25:41
- lukas 4:2
- lukas 4:3
- lukas 4:5
- lukas 4:6
- lukas 4:13
- lukas 4:33
- lukas 4:35
- lukas 7:33
- lukas 8:12
- lukas 8:29
- lukas 9:42
- lukas 11:14