Satan
De tegenstander; het Hebreeuwse satan betekent aanklager of belager. In Job en Zacharia treedt hij op als aanklager binnen de hemelse raad, in Kronieken en het Nieuwe Testament als een op zichzelf staande boze macht; wanneer en hoe die verschuiving zich voltrok, is een van de meest besproken vragen in het onderzoek. Openbaring vereenzelvigt hem uitdrukkelijk met de draak en de oude slang. Een plaats waar het woord een menselijke tegenstander aanduidt is uitgesloten.
Deze toelichting is nog niet door mensen nagekeken. Controleer de gekoppelde tekst en de bronverantwoording.
Vindplaatsen in Gods Woord
74 gekoppelde verzen.
- markus 1:13
- markus 3:23
- markus 3:26
- markus 4:15
- markus 8:33
- johannes 13:27
- handelingen 5:3
- handelingen 26:18
- romeinen 16:20
- psalmen 109:6
- zacharia 3:1
- zacharia 3:2
- openbaring 2:9
- openbaring 2:13
- openbaring 2:24
- openbaring 3:9
- openbaring 12:9
- openbaring 20:2
- openbaring 20:7
- 1kronieken 21:1
- job 1:6
- job 1:7
- job 1:8
- job 1:9
- job 1:12
- job 2:1
- job 2:2
- job 2:3
- job 2:4
- job 2:6
- job 2:7
- jezussirach 21:30
- mattheus 4:10
- mattheus 12:26
- mattheus 16:23
- lukas 4:8
- lukas 10:18
- lukas 11:18
- lukas 13:16
- lukas 22:3
- lukas 22:31
- 1korinthiers 5:5
- 1korinthiers 7:5
- 2korinthiers 2:10
- 2korinthiers 11:14
- 2korinthiers 12:7
- 1tessalonicensen 2:18
- 2tessalonicensen 2:9
- 1timotheus 1:20
- 1timotheus 5:15
- henoch 40:7
- henoch 53:3
- henoch 54:6
- henoch 65:6
- jubileeen 10:11
- jubileeen 23:29
- jubileeen 40:9
- jubileeen 46:2
- jubileeen 50:5
- 1meqabyan 1:11