Dieren
Dieren uit heel Gods Woord, van de schepping en de ark tot de gelijkenissen en visioenen. Ook beeldspraak is herkenbaar aangeduid.
- Aap
Een exotisch dier dat met de handel van Salomo wordt verbonden.
- Arend
Een grote roofvogel, beeld van snelheid, bescherming en vernieuwde kracht.
- Basilisk
Het traditionele oorspronkelijke lemma voor een gevaarlijke slang.
- Beer
Een sterk roofdier dat Gods Woord gebruikt voor plotselinge en gevaarlijke kracht.
- Beesten
Algemene vermeldingen van beesten zonder nadere soortaanduiding.
- Bij
Een insect dat honing voortbrengt en in Gods Woord ook een beeld van een zwermende vijand is.
- Bloedzuiger
Een parasiet die Spreuken noemt als beeld van onverzadigbare hebzucht.
- Buffel
Een rundachtig dier dat afzonderlijk wordt genoemd.
- Das
Een dier uit de spijswetten; de historische soortidentificatie vraagt voorzichtigheid.
- Dieren
Algemene vermeldingen van dieren zonder nadere soortaanduiding.
- Draak
Het oorspronkelijke dierlemma draak, letterlijk of beeldend gebruikt.
- Duif en tortelduif
De duif die Noach driemaal uitlaat: zij keert terug, brengt een olijfblad, en blijft ten slotte weg (8:8-12). Bij het verbond met Abram horen een tortelduif en een jonge duif (15:9).
- Ezels
Het lastdier van de aartsvaders: Abraham zadelt zijn ezel voor de tocht naar Moria (22:3), de broers reizen met ezels naar Egypte (42:26-27), en in de zegen van Jakob is Issaschar een sterk gebeende ezel (49:14).
- Gedierte
Diergroepen die de vertaling als gedierte aanduidt.
- Geiten en bokken
De geitenbokjes waarmee Rebekka het gerecht voor Izak maakt en de handen van Jakob bekleedt (27:9-16), de gespikkelde bokken van de kudde van Laban (30:32-35), en het bokje dat Juda aan Tamar belooft (38:17-23). In het bloed van een geitenbok wordt de rok van Jozef gedoopt (37:31).
- Geitenbokje
Jonge geiten die de tekst afzonderlijk noemt.
- Gems
Een wild hoefdier uit de spijswetten.
- Gier
Een aasvogel die in de spijswetten onder de onreine vogels wordt genoemd.
- Haan
Een boerderijdier waarvan het kraaien de nacht en de ochtend markeert.
- Haas
Een snel wild dier dat in de spijswetten als onrein wordt gerekend.
- Hagedis
Een kruipend dier uit de spijswetten.
- Havik
De roofvogel die in de spijswetten wordt genoemd.
- Hen
Een vogel die haar kuikens beschermt en zo beeld wordt van zorgende beschutting.
- Hengst
Een mannelijk paard dat de tekst afzonderlijk noemt.
- Hert
Een sierlijk wild dier, vaak beeld van snelheid, verlangen en levenskracht.
- Hinde
Naftali is een losgelaten hinde; hij geeft schone woorden (49:21).
- Hond
Een dier dat als bewaker voorkomt, maar in veel teksten een beeld van verachting draagt.
- Hyena
Een roofdier dat in Henoch wordt genoemd.
- Kalf
Een jong rund, genoemd bij feestmaaltijden, offers en het gouden kalf in de woestijn.
- Kamelen
Vooral in één hoofdstuk: de knecht van Abraham reist met tien kamelen naar Mesopotamië, en Rebekka toont haar hart door ze alle te drenken (24:10-46). In het geschenk van Jakob: dertig zogende kemelinnen met hun veulens (32:15).
- Kauw
Een vogel uit de lijsten van onreine vogels.
- Kever
Een klein kruipend dier dat in de dierlijsten in Gods Woord wordt genoemd.
- Kikker
Een waterdier dat in Egypte als plaag verschijnt en in Openbaring als onreine geest wordt verbeeld.
- Klipdas
Een klein rotsbewonend dier dat in Spreuken wijs heet omdat het zijn huis in de rotsen maakt.
- Koe
Een vrouwelijk rund, bekend uit Farao's droom van de vette en magere koeien.
- Koekoek
Een vogel uit de lijsten van onreine vogels.
- Krokodil
Een dier dat soms met Leviathan wordt verbonden, zonder dat iedere tekst dit zeker maakt.
- Kudde
Een groep gehouden dieren waarvan niet altijd één soort wordt genoemd.
- Kwartel
Een trekvogel die Israël in de woestijn als voedsel ontvangt.
- Lam
Een jong schaap, verbonden met het paasoffer en het beeld van onschuldige overgave.
- Leeuw
In de zegen van Jakob: Juda is een leeuwenwelp; hij kromt zich, hij legt zich neer als een leeuw (49:9) — het beeld waaruit later de Leeuw uit de stam van Juda spreekt.
- Luipaard
Een snel gevlekt roofdier, beeld van kracht en onverwachte dreiging.
- Luis
Het plaagdier uit de Egyptische plagen.
- Made
Larven die met ontbinding en vergankelijkheid verbonden worden.
- Mier
Een klein insect dat Spreuken als voorbeeld van vlijt en vooruitzien gebruikt.
- Mol
Een klein gravend dier dat in Jesaja naast vleermuizen wordt genoemd.
- Mot
Een insect dat kleding en bezit aantast en zo vergankelijkheid verbeeldt.
- Mug
Een zeer klein insect dat Jezus gebruikt om uiterlijke nauwkeurigheid te ontmaskeren.
- Muilezel
Een kruising van paard en ezel, in Gods Woord vooral een rijdier van aanzien.
- Muis
Een klein knaagdier dat in de wet en in het verhaal van de Filistijnen voorkomt.
- Mus
Een klein vogeltje dat Gods zorg voor het geringe leven onderstreept.
- Nachtuil
Een nachtelijke vogel uit de lijsten van onreine dieren.
- Nijlpaard
Het dier dat vaak met Behemoth wordt verbonden, al is die identificatie niet zeker.
- Olifant
Een groot dier dat in de Makkabeeënboeken als oorlogsdier wordt genoemd.
- Ooi
Vrouwelijke schapen en het ooilam.
- Ooievaar
Een trekvogel die Gods Woord kent en in de spijswetten als onrein noemt.
- Os
Een werkdier voor ploeg en dorsvloer, dat ook als offerdier wordt genoemd.
- Paarden
In Genesis alleen in Egypte: het volk ruilt zijn paarden voor brood bij Jozef (47:17). Het rijdier van de macht hoort bij de wereld van Farao, niet bij de herders van Kanaän.
- Pauw
Een exotische vogel die bij Salomo's handelsvloot wordt vermeld.
- Pelikaan
Een watervogel die in de Psalmen en profeten het beeld van verlatenheid versterkt.
- Raaf
De eerste vogel die de ark verlaat: hij vliegt heen en weer totdat de wateren verdrogen (8:7), en keert — anders dan de duif — niet terug.
- Rammen
De ram die met zijn horens in het struikgewas verward zit en in de plaats van Izak geofferd wordt (22:13) — en de driejarige ram van het verbond met Abram (15:9).
- Ransuil
Een uilensoort die in de vertaling afzonderlijk wordt genoemd.
- Ree
Een rank hertachtig dier dat in liefdespoëzie en beelden van sierlijkheid voorkomt.
- Reiger
Een waadvogel die in de lijsten van onreine vogels wordt genoemd.
- Roerdomp
Een vogel van woeste en verlaten plaatsen.
- Runderen
Van het mestkalf voor de drie gasten (18:7) tot de zeven vette en magere koeien uit de droom van Farao (41:2-4). In het geschenk van Jakob aan Ezau: veertig koeien en tien stieren (32:15).
- Schapen
Abel is de eerste herder (4:4). De kuddes bepalen het leven van Abraham, Izak en Jakob: om waterputten wordt gestreden (26:19-22), om spikkels en strepen wordt gediend (30:32-43), en de broers van Jozef weiden de kudde als het drama begint (37:12).
- Schildpad
Een kruipend dier uit de spijswetten, al is de historische soortidentificatie onzeker.
- Schorpioen
Een giftig woestijndier dat gevaar en harde heerschappij verbeeldt.
- Slak
Een klein weekdier dat in een psalm het beeld van wegsmelten en vergaan draagt.
- Slang en adder
Listiger dan al het gedierte van het veld (3:1); door de vloek gaat hij op zijn buik en eet hij stof (3:14). In de zegen van Jakob is Dan een slang aan de weg, een adderslang aan het pad (49:17).
- Sperwer
Een roofvogel uit de spijswetten en het boek Job.
- Sprinkhaan
Een insect dat oogsten kan verwoesten en in de profeten een legerbeeld wordt.
- Steenbok
Een wild hoefdier van de bergen.
- Steenuil
Een uilensoort die in de vertaling afzonderlijk wordt genoemd.
- Stier
Een mannelijk rund dat in offers, veeteelt en beelden van kracht voorkomt.
- Struisvogel
Een woestijnvogel die in Job en de profeten wordt genoemd.
- Vee
Verzamelwoord voor het tamme dier, apart geschapen op de zesde dag (1:24-25). Het vee deelt in de zondvloed én in de redding (7:14; 8:1), en de rijkdom van de aartsvaders wordt erin gemeten.
- Veulen
Jonge paarden en ezels die als veulen worden aangeduid.
- Visarend
Een roofvogel uit de spijswetten.
- Vissen en de grote zeedieren
God schiep de grote walvissen — de grote zeedieren — op de vijfde dag (1:21), en de mens kreeg heerschappij over de vissen van de zee (1:26-28).
- Vleermuis
Een nachtdier dat in de spijswetten bij de onreine dieren wordt genoemd.
- Vlo
Het kleine dier waarmee David zichzelf tegenover Saul vergelijkt.
- Vogels
Vogels waarvan de tekst geen afzonderlijke soort noemt.
- Vos en jakhals
Een sluw roofdier; met jakhals verbonden aan verwoesting en verlaten plaatsen.
- Walvis
Een groot zeedier; de Hebreeuwse term wijst niet noodzakelijk op een moderne walvissoort.
- Wesp
Een stekend insect dat als beeld van verdrijving wordt gebruikt.
- Wilde os
Een krachtig wild rund; welke moderne soort precies bedoeld is, blijft onzeker.
- Wolf
Benjamin zal als een wolf verscheuren; in de morgen zal hij roof eten, en in de avond zal hij buit uitdelen (49:27).
- Worm
Een klein dier dat verval, vernedering en sterfelijkheid in beeld brengt.
- Zeearend
Een roofvogel uit de spijswetten.
- Zwaluw
Een snelle trekvogel die terugkeert naar haar nest, ook nabij Gods huis.
- Zwijn
Een wild varken, gebruikt als beeld voor wie het heilige niet waardeert.