Jesaja’s lofzang om de gevallen stad
Een loflied midden in de profetie: „JAHWEH! U bent mijn God, U zal ik verhogen, Uw Naam zal ik loven, want U hebt wonder gedaan” (Jesaja 25:1). Het bezingt de val van de versterkte stad en eindigt bij wie er baat bij heeft: „U bent de arme een Sterkte geweest ... een Toevlucht tegen de vloed, een Schaduw tegen de hitte” (25:4). Anders dan het lied van de sterke stad even verderop wordt dit niet als lied aangekondigd; het staat er als de stem van de profeet zelf.
Deze toelichting is nog niet door mensen nagekeken. Controleer de gekoppelde tekst en de bronverantwoording.
Vindplaatsen in Gods Woord
2 gekoppelde verzen.