De lofzang van Maria
Bij haar bezoek aan Elisabet spreekt Maria haar lofzang uit: „Mijn ziel maakt groot de Heere; En mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker” (Lukas 1:46-47). Het lied is gesponnen uit de stof van Hanna's lofzang — de God die omziet naar het geringe: „van nu aan zullen mij zalig spreken al de geslachten” (1:48).
Deze toelichting is nog niet door mensen nagekeken. Controleer de gekoppelde tekst en de bronverantwoording.
Vindplaatsen in Gods Woord
4 gekoppelde verzen.