Volken en naties
Volken, families en afstammingsnamen uit de volledige volkenlijst van Genesis 10, andere genoemde volken in Genesis en de bestaande canonieke naslagartikelen. Bij nieuwe Genesisgroepen zijn de verwijzingen gericht op Genesis; een afstammingsnaam betekent niet automatisch een zelfstandige staat.
- Abimaël
Abimaël wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Joktan. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Adama
Adama heeft een eigen koning in de coalitie van steden van de vlakte in Genesis 14. Deze stad wordt ook genoemd bij de grens van Kanaän in Genesis 10:19.
- Adbeel
Adbeel is een zoon van Ismaël. Genesis 25:16 verbindt deze twaalf zonen met dorpen en vorsten naar hun volken. Genesis 25:18 beschrijft hun gezamenlijke woongebied van Havila tot Sur; een afzonderlijke moderne plaatsbepaling wordt hier niet gegeven.
- Almodad
Almodad wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Joktan. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Amalek
De Amalekieten worden in Genesis herleid tot Amalek, een zoon van Elifaz en kleinzoon van Ezau. Zij trokken rond in het droge zuiden tussen Kanaän en Egypte en overvielen Israël kort na de uittocht. Van Exodus tot in de dagen van Saul en David keren zij terug als vaste tegenstander.
- Ammon
De Ammonieten stamden volgens Genesis af van Ben-Ammi, de jongste zoon van Lot. Hun historische kerngebied lag ten oosten van de Jordaan, rond hun hoofdstad Rabba. In Gods Woord komen zij voor als verwant buurvolk van Israël, als tegenstander en soms als deel van Israëls samenleving.
- Amorieten
De Amorieten worden in Genesis 10 tot de nakomelingen van Kanaän gerekend. Zij wonen in Gods Woord zowel in het bergland ten westen van de Jordaan als in de koninkrijken van Sihon en Og ten oosten daarvan. In veel teksten staat hun naam voor de vroegere bewoners van het land als geheel.
- Anamieten
Anamieten wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Mitsraim. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Arabieren
Arabië is in Gods Woord de aanduiding voor de woestijngebieden ten oosten en zuiden van Israël, en de Arabieren zijn de stammen die daar rondtrekken. Zij brengen Salomo en Josafat schatting, maar vallen Juda onder Joram ook binnen. In Nehemia hoort Gesem de Arabier bij de tegenstanders van de herbouw van de muur.
- Arfachsad
Arfachsad wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Sem. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Arkieten
Arkieten wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Kanaän. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Arvadieten
Arvadieten wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Kanaän. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Askenaz
Askenaz wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Gomer. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Assurieten
Een van de groepen uit Dedan, in de familie van Abraham en Ketura; deze naam wordt niet zonder meer met Assur of de Assyriërs vereenzelvigd.
- Assyrië
Assur is in Genesis een zoon van Sem en tegelijk de naam van het rijk in het noorden van Mesopotamië, met Nineve als voornaamste stad. In de boeken der Koningen voert Assyrië de tien stammen weg en belegert Sanherib Jeruzalem. De profeten spreken over Assur als roede in Gods hand en kondigen ook zijn ondergang aan.
- Babel
Babel is in Gods Woord zowel de stad in Sinear waar de torenbouw plaatsvond als het rijk van de Chaldeeën. Onder Nebukadnezar verwoest Babel Jeruzalem en voert het Juda weg; Jeremia en Ezechiël wijden er lange profetieën aan. In Openbaring keert de naam terug als beeld van de grote stad die valt.
- Caftorieten
Caftorieten wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Mitsraim. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Casluchieten
Casluchieten wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Mitsraim. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Cham
Cham wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Noach. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Chittieten
Chittieten wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Javan. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Cusch
Cusch is in Genesis een zoon van Cham en tegelijk het land ten zuiden van Egypte, dat de Statenvertaling meestal Morenland noemt. De bewoners heten daar Moren: Zerah de Moor trekt tegen Asa op en Ebed-melech de Moorman haalt Jeremia uit de kuil. In de profeten staat Morenland herhaaldelijk naast Egypte als verre macht aan de rivieren.
- Dedan
Dedan wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Raema. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Dikla
Dikla wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Joktan. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Dodanieten
Dodanieten wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Javan. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Duma
Duma is een zoon van Ismaël. Genesis 25:16 verbindt deze twaalf zonen met dorpen en vorsten naar hun volken. Genesis 25:18 beschrijft hun gezamenlijke woongebied van Havila tot Sur; een afzonderlijke moderne plaatsbepaling wordt hier niet gegeven.
- Edom
De Edomieten worden in Genesis verbonden met Ezau, die ook Edom genoemd werd. Hun land lag vooral ten zuiden en zuidoosten van de Dode Zee, in het bergland van Seïr. Gods Woord vertelt over verwantschap met Israël, grensconflicten, koningen en profetieën over Edom.
- Egypte
Egypte is het land aan de zuidwestgrens van Kanaän, in Genesis herleid tot Mitsraim, een zoon van Cham. Het is de plaats van Jozefs verhoging, van de dienstbaarheid en van de uittocht, en later beurtelings toevluchtsoord en onbetrouwbare bondgenoot. De profeten kondigen oordeel over Egypte aan; in het Evangelie vlucht het kind Jezus erheen.
- Elam
Elam is in Genesis een zoon van Sem en de naam van het land ten oosten van Babel, waar de burg Susan lag. Kedor-laomer, de koning van Elam, voert in Genesis 14 de vier koningen aan. Jesaja, Jeremia en Ezechiël noemen Elam onder de volken die geoordeeld worden, en in Handelingen horen Elamieten de apostelen spreken.
- Elisa
Elisa wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Javan. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Ellasar
Ellasar is het rijk van koning Arioch in Genesis 14. Een moderne identificatie of kaartpunt wordt hier niet vastgesteld.
- Emieten
Een bevolkingsgroep in Schave-kiriathaïm, genoemd bij de veldtocht van Kedor-laomer.
- Enakieten
De Enakieten worden beschreven als een groot en lang volk in het bergland rond Hebron, dat eerder Kirjath-arba heette. De verspieders in Numeri noemen hen als reden om niet op te trekken, en Deuteronomium gebruikt hen als maat voor andere volken. Kaleb en Jozua verdrijven hen; een rest blijft over in Gaza, Gath en Asdod.
- Feniciërs
Tyrus en Sidon zijn de twee havensteden aan de kust ten noorden van Kanaän; Sidon geldt in Genesis als eerstgeborene van Kanaän. Hiram van Tyrus levert hout en werklieden voor de tempel, en Izebel komt uit het huis van de koning der Sidoniërs. Jesaja, Ezechiël en de kleine profeten spreken over hun handel en hun val; in het Nieuwe Testament heet de streek Fenicië.
- Ferezieten
De Ferezieten staan vast in de rijtjes van de volken die vóór Israël in Kanaän woonden. Anders dan de meeste andere namen uit die opsommingen komen zij niet voor in de volkerenlijst van Genesis 10. Jozua wijst hun woongebied in het bergland aan, en nog in de dagen van Salomo en Ezra worden zij als overgebleven groep genoemd.
- Filistijnen
De Filistijnen wonen op de kustvlakte ten zuidwesten van Kanaän, in de vijf steden Gaza, Asdod, Askelon, Gath en Ekron. Genesis herleidt hen tot de Casluchieten; de Statenvertaling noemt hun land ook Palestina. Van Richteren tot de koningen zijn zij Israëls voornaamste vijand, met Simson, Goliath en de omzwerving van de ark als bekende geschiedenissen.
- Gether
Gether wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Aram. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Gibeonieten
De Gibeonieten zijn de bewoners van Gibeon en drie naburige steden, die Jozua 11 onder de Hevieten rekent. Door een list sluiten zij een verbond met Jozua en worden zij houthakkers en waterputters voor de gemeente. Saul breekt dat verbond; in 2 Samuël 21 vraagt David hun waarmee hij het verzoenen kan.
- Girgasieten
De Girgasieten horen in Genesis 10 bij de nakomelingen van Kanaän en staan in de opsommingen van de volken die Israël voor zich uit zou verdrijven. Zij komen alleen in die opsommingen voor; over hun woongebied zegt de tekst niets. Jozua schrijft hun naam tweemaal als Girgazieten.
- Gomer
Gomer wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Jafeth. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Gomorra
Gomorra heeft een eigen koning en verbindt zich met de andere koningen van de vlakte in Genesis 14. De stad wordt met Sodom genoemd bij het oordeel in Genesis 19:24.
- Grieken
Javan is in Genesis 10 een zoon van Jafeth en komt bij Ezechiël terug als handelsvolk; Daniël en Zacharia noemen Griekenland als macht. In het Nieuwe Testament staan Grieken telkens naast Joden als aanduiding van de volken buiten Israël. Paulus gebruikt dat woordpaar om te zeggen dat het Evangelie voor beiden geldt.
- Hadar
Hadar is een zoon van Ismaël. Genesis 25:16 verbindt deze twaalf zonen met dorpen en vorsten naar hun volken. Genesis 25:18 beschrijft hun gezamenlijke woongebied van Havila tot Sur; een afzonderlijke moderne plaatsbepaling wordt hier niet gegeven.
- Hadoram
Hadoram wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Joktan. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Hamathieten
Hamathieten wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Kanaän. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Hatsarmaveth
Hatsarmaveth wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Joktan. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Havila
Havila wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Cusch. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld. Genesis noemt Havila ook in de lijn van Joktan; deze gelijknamige afstammingslijnen worden niet zonder meer vereenzelvigd.
- Heber
Heber wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Selah. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Hebreeën
Abram wordt de Hebreër genoemd. Genesis gebruikt de aanduiding ook in de verhalen over Jozef; de naam wordt hier niet op grond van gelijkenis met Heber verklaard.
- Hethieten
De Hethieten worden in Genesis 10 herleid tot Heth, een zoon van Kanaän. Abraham koopt van de zonen Heths de spelonk van Machpela, en Ezau neemt Hethietische vrouwen. Later horen zij bij de volken van het land: Uria de Hethiet dient in Davids leger, en de koningen der Hethieten worden als aparte macht genoemd.
- Hevieten
De Hevieten horen in Genesis 10 bij de nakomelingen van Kanaän. Sichem, die Dina onteert, is een Heviet, en de bewoners van Gibeon heten in Jozua 11 Hevieten. Verder staan zij vast in de opsomming van de volken die Israël voor zich uit zou verdrijven.
- Horieten
De Horieten wonen volgens Genesis en Deuteronomium in het gebergte Seïr, vóór de kinderen van Ezau daar kwamen. Genesis 36 geeft hun vorstengeslachten, met Seïr de Horiet aan het hoofd. Deuteronomium vermeldt tweemaal dat de kinderen van Ezau hen verdreven en in hun plaats gingen wonen.
- Hul
Hul wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Aram. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Ismaëlieten
De Ismaëlieten stammen af van Ismaël, de zoon van Abram en Hagar. In Genesis 37 verkopen Jozefs broers hem aan een reizend gezelschap Ismaëlieten dat naar Egypte trekt. Verder komen zij voor als woestijnvolk met gouden oorsierselen in Richteren en in de opsomming van vijanden in Psalm 83.
- Israël
Jakob ontvangt de naam Israël in Genesis 32:28. Genesis 36:31 noemt de Israëlieten als volk. Zijn twaalf zonen en de stammen worden samen beschreven in Genesis 49:1-28.
- Jafeth
Jafeth wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Noach. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Jarach
Jarach wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Joktan. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Jebusieten
De Jebusieten bewonen Jebus, de stad die later Jeruzalem heet. Zij staan vast in de rijtjes van de volken van Kanaän, en Jozua en Richteren melden dat Juda en Benjamin hen niet konden verdrijven. David neemt hun burcht in; van Arauna de Jebusiet koopt hij de dorsvloer waarop het altaar gebouwd werd.
- Jetur
Jetur is een zoon van Ismaël. Genesis 25:16 verbindt deze twaalf zonen met dorpen en vorsten naar hun volken. Genesis 25:18 beschrijft hun gezamenlijke woongebied van Havila tot Sur; een afzonderlijke moderne plaatsbepaling wordt hier niet gegeven.
- Jobab
Jobab wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Joktan. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Joktan
Joktan wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Heber. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Kadmonieten
Een volk in de opsomming van de landbelofte aan Abram. Een precieze moderne identificatie wordt hier niet vastgesteld.
- Kanaänieten
Kanaän is in Genesis een zoon van Cham en de naam van het land dat aan Abraham beloofd werd. De Kanaänieten zijn de bewoners van dat land, in het bijzonder van de kustvlakte en de dalen; hun naam staat ook voor de gezamenlijke volken die Israël er aantrof. Tot in het Nieuwe Testament klinkt de naam door, waar een Kananese vrouw Jezus aanroept.
- Kedar
Kedar is een zoon van Ismaël. Genesis 25:16 verbindt deze twaalf zonen met dorpen en vorsten naar hun volken. Genesis 25:18 beschrijft hun gezamenlijke woongebied van Havila tot Sur; een afzonderlijke moderne plaatsbepaling wordt hier niet gegeven.
- Kedma
Kedma is een zoon van Ismaël. Genesis 25:16 verbindt deze twaalf zonen met dorpen en vorsten naar hun volken. Genesis 25:18 beschrijft hun gezamenlijke woongebied van Havila tot Sur; een afzonderlijke moderne plaatsbepaling wordt hier niet gegeven.
- Kenieten
De Kenieten worden al in Genesis 15 genoemd onder de volken van het beloofde land. Zij zijn nauw met Israël verbonden: de schoonvader van Mozes heet een Keniet, en Jaël, de huisvrouw van Heber de Keniet, doodt Sisera. Saul spaart hen in 1 Samuël 15 vanwege de weldadigheid die zij Israël bewezen hadden.
- Kenizieten
Een volk dat genoemd wordt in de opsomming van de landbelofte aan Abram. Genesis geeft hier geen stamvader of scherpe grens.
- Lehabieten
Lehabieten wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Mitsraim. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Letusieten
Een van de groepen die Genesis onder de zonen van Dedan noemt, in de familie van Abraham en Ketura.
- Leummieten
Een van de groepen die Genesis onder de zonen van Dedan noemt, in de familie van Abraham en Ketura.
- Lud
Lud wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Sem. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Ludieten
Ludieten wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Mitsraim. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Magog
Magog wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Jafeth. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Massa
Massa is een zoon van Ismaël. Genesis 25:16 verbindt deze twaalf zonen met dorpen en vorsten naar hun volken. Genesis 25:18 beschrijft hun gezamenlijke woongebied van Havila tot Sur; een afzonderlijke moderne plaatsbepaling wordt hier niet gegeven.
- Maz
Maz wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Aram. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Meden
Medië ligt ten oosten van Assyrië; Jesaja en Jeremia roepen de koningen van Medië op tegen Babel. In Daniël en Esther vormen de Meden met de Perzen één rijk, met een wet die niet herroepen kan worden. Darius de Meder ontvangt in Daniël het koninkrijk na de val van Belsazar.
- Mesech
Mesech wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Jafeth. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Mibsam
Mibsam is een zoon van Ismaël. Genesis 25:16 verbindt deze twaalf zonen met dorpen en vorsten naar hun volken. Genesis 25:18 beschrijft hun gezamenlijke woongebied van Havila tot Sur; een afzonderlijke moderne plaatsbepaling wordt hier niet gegeven.
- Midian
De Midianieten stammen volgens Genesis af van Midian, een zoon van Abraham en Ketura. De verhalen in Gods Woord plaatsen Midian in de woestijngebieden ten oosten en zuiden van Kanaän, maar de begrenzing van hun gebied wisselt en is niet precies vast te leggen. Mozes verbleef er vóór de uittocht; later worden de Midianieten vooral genoemd in Numeri en Richteren.
- Misma
Misma is een zoon van Ismaël. Genesis 25:16 verbindt deze twaalf zonen met dorpen en vorsten naar hun volken. Genesis 25:18 beschrijft hun gezamenlijke woongebied van Havila tot Sur; een afzonderlijke moderne plaatsbepaling wordt hier niet gegeven.
- Moab
De Moabieten stammen volgens Genesis af van Moab, de zoon van Lot en zijn oudste dochter. Hun land lag op de hoogvlakte ten oosten van de Dode Zee. Moab is in Gods Woord nauw verweven met Israëls tocht door de woestijn, het verhaal van Ruth, de koningen en de profetieën.
- Nabajoth
Nabajoth is een zoon van Ismaël. Genesis 25:16 verbindt deze twaalf zonen met dorpen en vorsten naar hun volken. Genesis 25:18 beschrijft hun gezamenlijke woongebied van Havila tot Sur; een afzonderlijke moderne plaatsbepaling wordt hier niet gegeven.
- Nafis
Nafis is een zoon van Ismaël. Genesis 25:16 verbindt deze twaalf zonen met dorpen en vorsten naar hun volken. Genesis 25:18 beschrijft hun gezamenlijke woongebied van Havila tot Sur; een afzonderlijke moderne plaatsbepaling wordt hier niet gegeven.
- Naftuchieten
Naftuchieten wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Mitsraim. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Obal
Obal wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Joktan. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Ofir
Ofir wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Joktan. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Pathrusieten
Pathrusieten wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Mitsraim. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Peleg
Peleg wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Heber. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Perzen
Perzië komt in Gods Woord op na Babel: Kores geeft verlof om de tempel te herbouwen, en Ezra en Nehemia dienen onder zijn opvolgers. Esther speelt aan het hof te Susan, de burg in het landschap Elam. Daniël ziet het rijk van de Meden en Perzen in zijn gezichten.
- Put
Put wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Cham. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Raema
Raema wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Cusch. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Refaieten
Een bevolkingsgroep in Asteroth-karnaïm, genoemd bij de veldtocht van Kedor-laomer; ook opgenomen in de landbelofte in Genesis 15:20.
- Rifath
Rifath wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Gomer. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Romeinen
De Romeinen zijn in het Nieuwe Testament de heersende macht in Judea. Johannes laat de raad vrezen dat de Romeinen plaats en volk zullen wegnemen, en Paulus beroept zich meer dan eens op zijn Romeinse burgerrecht. In Handelingen bepaalt het Romeinse recht de gang van zijn rechtszaken tot aan zijn beroep op de keizer.
- Sabta
Sabta wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Cusch. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Sabtecha
Sabtecha wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Cusch. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Samaritanen
De Samaritanen zijn de bewoners van Samaria na de wegvoering van de tien stammen; 2 Koningen 17 vertelt hoe volken van elders daar werden aangebracht. In de Evangeliën gaan Joden en Samaritanen niet met elkaar om, wat het gesprek bij de put en de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan hun scherpte geeft. In Handelingen ontvangt Samaria het Evangelie.
- Scheba
Scheba wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Raema. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld. Genesis noemt Scheba ook in de lijn van Joktan; deze gelijknamige afstammingslijnen worden niet zonder meer vereenzelvigd.
- Seba
Seba wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Cusch. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Selah
Selah wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Arfachsad. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Selef
Selef wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Joktan. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Sem
Sem wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Noach. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Sidon
Sidon wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Kanaän. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Sinear
Sinear is het land waar het begin van Nimrods rijk lag volgens Genesis 10:10. Genesis 14 noemt Amrafel als koning van Sinear. Het land en de stad Babel worden onderscheiden.
- Sinieten
Sinieten wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Kanaän. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Sodom
Sodom heeft een eigen koning in Genesis 14. Het is een van de steden in de vlakte; de inwoners worden beschreven in Genesis 13:13 en het oordeel over de stad in Genesis 19.
- Syriërs
Aram is in Genesis een zoon van Sem; de Statenvertaling geeft zijn land meestal weer met Syrië en de bewoners met Syriërs. Damaskus is hun voornaamste stad, en van Davids dagen tot die van Achab en Elisa is Syrië beurtelings bondgenoot en vijand. Naäman de Syriër en de belegeringen van Samaria horen tot de bekendste geschiedenissen.
- Tarsis
Tarsis wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Javan. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Temanieten
Genesis noemt het land van de Temanieten. Teman komt ook voor onder de zonen van Elifaz en de vorsten van Edom in Genesis 36:11 en 36:15.
- Thema
Thema is een zoon van Ismaël. Genesis 25:16 verbindt deze twaalf zonen met dorpen en vorsten naar hun volken. Genesis 25:18 beschrijft hun gezamenlijke woongebied van Havila tot Sur; een afzonderlijke moderne plaatsbepaling wordt hier niet gegeven.
- Thiras
Thiras wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Jafeth. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Togarma
Togarma wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Gomer. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Tsemarieten
Tsemarieten wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Kanaän. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Tubal
Tubal wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Jafeth. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Usal
Usal wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Joktan. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Uz
Uz wordt in Genesis 10 genoemd in de afstammingslijn van Aram. De volkenlijst beschrijft hoe de families zich na de vloed over hun gebieden verspreidden, met hun eigen talen. Een precieze moderne woonplaats is voor deze groep hier niet vastgesteld.
- Zeboim
Zeboim heeft een eigen koning in de coalitie van steden van de vlakte in Genesis 14. Genesis 10:19 schrijft de naam als Zoboim.
- Zoar
Bela, ook Zoar genoemd, heeft een eigen koning in Genesis 14. Lot wijkt uit naar Zoar in Genesis 19:20-23. Dit artikel behandelt de stad en haar bevolking.
- Zuzieten
Een bevolkingsgroep in Ham, verslagen tijdens de veldtocht van Kedor-laomer. De precieze moderne ligging wordt hier niet vastgesteld.