Daniëls boetgebed
Daniël leest in “de boeken” dat de verwoesting van Jeruzalem volgens het woord aan de profeet Jeremia zeventig jaar duren zal (vers 2), en zoekt God “met het gebed, en smekingen, met vasten, en zak, en as” (vers 3). Hij maakt de zonde van het volk tot de zijne — “Bij U, o Heere! is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid van de aangezichten” (vers 7) — en dringt aan: “O Heere, hoor! o Heere, vergeef! o Heere, merk op en doe het, vertraag het niet!” (vers 19).
Deze toelichting is nog niet door mensen nagekeken. Controleer de gekoppelde tekst en de bronverantwoording.
Vindplaatsen in Gods Woord
1 gekoppelde verzen.