Open Gods Word

Ezra's boetgebed

Als Ezra hoort dat het teruggekeerde volk zich heeft verzwagerd met de omliggende volken, scheurt hij kleed en mantel en knielt hij bij het avondoffer, de handen uitgebreid (vers 5). Hij bidt in de wij-vorm: “ik ben beschaamd en schaamrood, om mijn aangezicht tot U op te heffen”, want “onze schuld is groot geworden tot aan de hemel” (vers 6). Het slot eist niets: “Zie, wij zijn voor Uw aangezicht in onze schuld; want er is niemand, die voor Uw aangezicht zou kunnen bestaan” (vers 15).

Open de naslagweergave

Deze toelichting is nog niet door mensen nagekeken. Controleer de gekoppelde tekst en de bronverantwoording.

Vindplaatsen in Gods Woord

1 gekoppelde verzen.

Alle gebeden