Het boetgebed onder Nehemia
Op een landelijke boetedag — vastend, in zakken gekleed, met aarde op het hoofd (vers 1) — spreken de Levieten een gebed uit dat de hele geschiedenis doorloopt, van de schepping en Abraham tot de ballingschap. Het refrein is Gods geduld: “Maar U, een God van vergevingen, genadig en barmhartig, geduldig, en groot van goedertierenheid, hebt hen evenwel niet verlaten” (vers 17). De slotsom buigt voor het recht: “U hebt trouw gehandeld, maar wij hebben goddeloos gehandeld” (vers 33).
Deze toelichting is nog niet door mensen nagekeken. Controleer de gekoppelde tekst en de bronverantwoording.
Vindplaatsen in Gods Woord
1 gekoppelde verzen.