Het gebed van Jabez
Midden in de geslachtsregisters van Juda staan twee verzen over Jabez, door zijn moeder zo genoemd “want ik heb hem met smarten gebaard” (vers 9). Hij riep de God van Israël aan: “Als U mij rijk zegenen, en mijn landpale vermeerderen zult, en Uw hand met mij zijn zal, en met het kwade zo maakt, dat het mij niet smarte!” En het antwoord staat er direct achter: “En God liet komen, wat hij begeerde” (vers 10).
Deze toelichting is nog niet door mensen nagekeken. Controleer de gekoppelde tekst en de bronverantwoording.
Vindplaatsen in Gods Woord
1 gekoppelde verzen.