Het hogepriesterlijk gebed
Aan het slot van de afscheidswoorden heft Jezus de ogen op naar de hemel: “Vader, het uur is gekomen” (vers 1). Hij bidt voor Zichzelf, voor Zijn discipelen — “bewaar ze in Uw Naam” (vers 11) — en uitdrukkelijk ook voor wie later “door hun woord in Mij geloven zullen” (vers 20): “Opdat zij allen één zijn” (vers 21). Wie dit leest, is dus meegebeden.
Deze toelichting is nog niet door mensen nagekeken. Controleer de gekoppelde tekst en de bronverantwoording.
Vindplaatsen in Gods Woord
1 gekoppelde verzen.