Jakobs gebed voor de ontmoeting met Ezau
Op de terugreis hoort Jakob dat zijn broer Ezau hem met vierhonderd man tegemoetkomt, en hij vreest zeer. In de nacht houdt hij God diens eigen belofte voor en erkent: “Ik ben geringer dan al deze goedertierenheden, en dan al deze trouw” (vers 10). Daarna de smeekbede zelf: “Ruk mij toch uit de hand van mijn broer, uit Ezau's hand” (vers 11).
Deze toelichting is nog niet door mensen nagekeken. Controleer de gekoppelde tekst en de bronverantwoording.
Vindplaatsen in Gods Woord
1 gekoppelde verzen.