Jona's gebed uit de vis
“En Jona bad tot JAHWEH, zijn God, uit het binnenste van de vis” (vers 1). Wat volgt is een dankgebed uit de diepte: “Ik riep uit mijn benauwdheid tot JAHWEH, en Hij antwoordde mij” (vers 2), tot en met het wier dat “aan mijn hoofd gebonden” was (vers 5). De slotzin draagt het hele boek: “Het heil is van JAHWEH” (vers 9).
Deze toelichting is nog niet door mensen nagekeken. Controleer de gekoppelde tekst en de bronverantwoording.
Vindplaatsen in Gods Woord
1 gekoppelde verzen.