Open Gods Word

Nehemia's gebed

In het paleis te Susan hoort Nehemia dat “Jeruzalems muur is verscheurd, en haar poorten zijn met vuur verbrand” (vers 3). Dagenlang huilt, vast en bidt hij (vers 4); hij belijdt de zonden van het volk én van zichzelf — “ook ik en het huis van mijn vader, wij hebben gezondigd” (vers 6) — en wordt heel concreet: “doe het toch Uw knecht vandaag wel gelukken, en geef hem barmhartigheid voor het aangezicht van deze man” (vers 11): de koning, van wie hij de schenker is.

Open de naslagweergave

Deze toelichting is nog niet door mensen nagekeken. Controleer de gekoppelde tekst en de bronverantwoording.

Vindplaatsen in Gods Woord

1 gekoppelde verzen.

Alle gebeden